Page tree
Skip to end of metadata
Go to start of metadata

Oplevering Service poorten

Als een poort is opgeleverd, worden de specificaties daarvan, zoals poort-id, capaciteit, fibertype en locatie doorgegeven via een oplever email van de poort of via een oplever email van de service die gebruik maakt van de poort.

De poort klaarmaken voor gebruik:

Voordat je de aangevraagde verbinding kunt gebruiken moet je eerst je eigen netwerkapparatuur aansluiten op de opgeleverde poort. Hiervoor moet je koppelen met het aangegeven fibertype en connectortype op de vermelde patchpositie. Neem na het aansluiten van de apparatuur contact op met het SURFnet NOC om de connectiviteit te testen. Tijdens deze tests zal het SURFnet NOC onder andere de optische powerniveaus en poortstatus nalopen. Daarna kan het SURFnet NOC de poort actief monitoren en actie ondernemen in geval van storingen.

Oplevering van de verbinding:

Mogelijk is de oplevering van deze poort onderdeel van de oplevering van een SURFlichtpad. In dat geval worden eerst alle overige poorten voor deze verbinding opgeleverd (en aangesloten) waarna SURFnet verder kan met het configureren van de verbinding. Zodra deze configuratie afgerond is, ontvang je een oplevermail met de specificaties van de opgeleverde verbinding.

Netwerkdashboard

De Service poort is na oplevering zichtbaar in ons netwerkdashboard. Hier vind je de actuele status en de verkeersgrafiek van de service poort terug op.

Verdere vragen

Mocht je hulp nodig hebben bij de ingebruikname van de Service poort, dan kun je altijd contact opnemen met het SURFnet NOC. Heb je na de ingebruikname van de Service poort nog verdere vragen over de SURFnet dienstverlening, kijk dan op onze Netwerk wiki of neem contact op met SURFnet Klantsupport.

Oplevering SURFlichtpaden

Als een lichtpad is opgeleverd of aangepast, dan worden de specificaties daarvan, zoals service-id, redundantie-type, snelheid en de configuratie van de poorten (inclusief  eventuele VLAN tags), doorgegeven via een oplever email.

(Extra) lichtpaden opzetten over een Service poort:

Voor het aanvragen van een (extra) SURFlichtpad kun je terecht bij SURFnet Klantsupport. Deze zal vragen om de volgende gegevens:

  • De Service poorten waartussen je het lichtpad wilt realiseren:
    • A-zijde - instelling, locatie en poort-ID
    • B-zijde - instelling, locatie en poort-ID
  • De gewenste snelheid
  • De VLAN-tags die je wilt toewijzen aan het lichtpad op de A- en B-zijde. (Deze mogen verschillend zijn).

Wanneer je een lichtpad aanvraagt naar een andere instelling controleert SURFnet of de infraverantwoordelijke bij deze instelling akkoord gaat met de aanvraag. Als alle informatie compleet is en tevens de eventuele andere instelling akkoord is, zal SURFnet het lichtpad opzetten. Houd hiervoor rekening met een doorlooptijd van 1 tot 2 werkdagen.

Netwerkdashboard

Het SURFlichtpad is na oplevering zichtbaar in ons netwerkdashboard. Zodra de service in gebruik genomen is, kun je hier de status en verkeerskarakteristieken van je SURFlichtpad zien.

Verdere vragen

Mocht je hulp nodig hebben bij de ingebruikname van dit SURFlichtpad dan kun je altijd contact opnemen met het SURFnet NOC. Heb je na de ingebruikname van het SURFlichtpad nog verdere vragen over de SURFnet dienstverlening, kijk dan op onze Netwerk wiki of neem contact op met SURFnet Klantsupport.

Oplevering SURFinternet

Voor het operationeel maken van je aangevraagde SURFinternet aansluiting maakt het SURFnet NOC een afspraak om gezamenlijk de configuratie te testen.

Als een IP dienst is opgeleverd of aangepast dan worden de specificaties daarvan, zoals service-id, routing-type, snelheid en configuratie van de poort(en), doorgegeven.

Aandachtspunten

De klant IP prefix(es) is/zijn bij RIPE gecontroleerd en mag je adverteren. Mis je een prefix dan kun je contact opnemen met het SURFnet NOC.

SURFnet zal de bereikbaarheid van jouw poort(en) monitoren middels ICMP ping. Eventuele firewall filters dienen dan ook ICMP verkeer door te laten komend van 192.87.102.17 en 192.87.66.42.

Alleen bij BGP: De SURFnet core routers sturen een Multi Exit Discriminator (MED) mee om het gewenste primaire en secundaire pad te bepalen. Je hoeft dus geen local pref of MED in te stellen aan jouw zijde.

Voor de verbinding tussen jouw router en SURFnet zijn IP-adressen gereserveerd in de range 145.145.x.x en/of 2001:610:fc7::/48 Deze IP-adressen staan op naam van SURFnet en zijn beschikbaar voor actieve netwerkcomponenten die onderdeel uitmaken van de SURFnet-klant koppeling.

 Mocht je gebruik maken van NAT/Proxy/IPSEC functionaliteit in jouw netwerk, let er dan op dat dit gebeurt op een IP adres dat je ter beschikking hebt gekregen uit jouw publieke klant range. Het is nadrukkelijk NIET toegestaan hiervoor een IP adres uit de 145.145.x.x en/of 2001:610:fc7::/48 range te gebruiken.

Netwerkdashboard

De SURFinternet verbinding is na oplevering zichtbaar in ons netwerkdashboard. Zodra de service in gebruik genomen is, kun je hier de status en verkeerskarakteristieken van je SURFinternet verbinding zien.

Verdere vragen

Mocht je hulp nodig hebben bij de ingebruikname van de SURFinternet aansluiting, dan kun je altijd contact opnemen met het SURFnet NOC. Heb je na de ingebruikname van SURFinternet nog verdere vragen over de SURFnet dienstverlening, kijk dan op onze Netwerk wiki of neem contact op met SURFnet Klantsupport.

  • No labels